Bij de Grevelingendam werken dierenvoedingsproducent Purina, onderdeel van Nestlé, de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en de Sea Ranger Service sinds 2024 samen aan het herstel van zeegras. Eind augustus 2026 lichtten de betrokken partijen de eerste resultaten van het project toe.
Op een testlocatie tussen Oude-Tonge en Bruinisse kwamen dit voorjaar ongeveer 800 jonge planten op, maar na een uitzonderlijk warme zomer overleefde naar schatting nog 10 procent. Onderzoekers bekijken de komende jaren of de overgebleven planten zich kunnen handhaven en of het project bijdraagt aan het herstel van de natuur.
Zeegras kwam vroeger op grotere schaal voor in de Grevelingen en de Oosterschelde. Door onder meer de aanleg van de Deltawerken, ziekten en een verslechterde waterkwaliteit verdween het op veel plaatsen. Met het huidige project willen de betrokken organisaties onderzoeken of zeegras opnieuw kan worden aangeplant en welke aanpak daarvoor in Nederland het beste werkt.
Belang zeegras Zeegras vormt een leefgebied voor verschillende planten en dieren. De velden bieden jonge vissen en andere zeedieren beschutting. Onder meer schol, zeebaars, stekelbaars en smelt maken in verschillende levensfasen gebruik van zeegrasgebieden.
Ook helpt zeegras de bodem vast te houden. De wortels houden bodemdeeltjes bij elkaar en de planten remmen de beweging van water en golven af. Daardoor kan minder bodemmateriaal worden verplaatst. Dit kan bijdragen aan helderder water en een stabielere zeebodem.
Zeegras kan daarnaast koolstof opslaan in de bodem. Volgens de onderzoekers kan de opslag van koolstof per oppervlakte onder bepaalde omstandigheden groter zijn dan in tropische bossen. Hoeveel koolstof het project in de Oosterschelde daadwerkelijk opslaat, is nog niet onderzocht.
In eerder herstelde zeegrasvelden in de Grevelingen zijn onder meer stekelbaarsjes en smeltjes waargenomen. Dat kan wijzen op een verbetering van het leefgebied. De resultaten kunnen echter niet zonder meer worden vergeleken met de Oosterschelde. In de Grevelingen gaat het om een andere soort zeegras, die permanent onder water staat.
Proef groot zeegras Het herstelproject in de Oosterschelde begon in 2023 met proeven op verschillende locaties. Volgens de betrokken partijen zijn sindsdien meer dan 150.000 zeegraszaden gezaaid en ruim 13.500 stukken zeegraszode uitgeplant. Op dertien locaties is onderzocht welke omstandigheden geschikt zijn voor herstel. Inmiddels wordt op twee locaties op grotere schaal aan zeegrasherstel gewerkt. Samen gaat het om ongeveer 8 hectare waar actief aan zeegrasherstel wordt gewerkt.
Een van de proeven ligt bij de Grevelingendam, tussen Oude-Tonge en Bruinisse. Daar zijn zaden van groot zeegras in de bodem gebracht. In het voorjaar kwamen ongeveer 800 jonge planten op. Na een uitzonderlijk warme zomer overleefde naar schatting 10 procent.
Onderzoekers weten nog niet of sommige planten voor hun dood zaden hebben gevormd. Als dat is gebeurd, kunnen daar later nieuwe planten uit ontstaan. De komende metingen moeten uitwijzen of het zeegras zich verder kan ontwikkelen.
De resultaten verschillen van die van een vergelijkbaar project bij de Étang de Berre in Zuid-Frankrijk. Daar sloeg volgens de betrokken partijen de volledige aanplant aan. De omstandigheden zijn daar echter anders dan in de Oosterschelde, waardoor de resultaten niet rechtstreeks met elkaar kunnen worden vergeleken.
Onderzoek De RUG is verantwoordelijk voor het wetenschappelijke onderzoek. Zeegrasonderzoeker Laura Govers leidt het onderzoek. De Sea Ranger Service voert een groot deel van het werk in het veld uit en helpt bij de metingen. Rijkswaterstaat stelt gegevens beschikbaar en denkt mee over de manier waarop het gebied wordt gevolgd.
Voor de start van het herstel is een meting gedaan om de situatie van het gebied vast te leggen. Daarna wordt de ontwikkeling regelmatig onderzocht. De onderzoekers kijken onder meer naar het aantal planten en veranderingen in de biodiversiteit.
Het onderzoek moet duidelijk maken of de maatregelen daadwerkelijk effect hebben. Ook moet het helpen bepalen welke methode onder Nederlandse omstandigheden het meest kansrijk is. Het project is daarmee niet alleen bedoeld om zeegras aan te planten, maar ook om kennis op te doen voor toekomstige herstelprojecten.
Sea Ranger Service De Sea Ranger Service werd in 2016 opgericht door Wietse van der Werf. De organisatie leidt mensen op voor werkzaamheden op zee en langs de kust. Zij worden onder meer ingezet voor natuurherstel en het verzamelen van gegevens.
In de Oosterschelde steken de Rangers stukken zeebodem met gezond zeegras uit zogenoemde donorvelden. Die stukken worden vervolgens op andere plaatsen geplant. Ook verzamelen zij zeegraszaden in verschillende Europese landen. In Nederland worden de zaden met modder in de bodem aangebracht. De Rangers helpen daarnaast bij metingen. Zij tellen planten, meten veranderingen in de bodem en verzamelen gegevens voor onderzoekers.
Rijkswaterstaat en de Sea Ranger Service onderzoeken ook of de Rangers in de toekomst kunnen helpen bij de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Zij zouden bezoekers en vissers bijvoorbeeld uitleg kunnen geven over tijdelijke afsluitingen en hen kunnen aanspreken wanneer zij de natuur verstoren.
Rijkswaterstaat ondersteunt Rijkswaterstaat is bij het project betrokken omdat delen van de Oosterschelde onder beheer van de rijksoverheid vallen. De organisatie geeft toestemming voor werkzaamheden op haar terreinen en stelt gegevens beschikbaar.
De overheid betaalt het project niet. Rijkswaterstaat heeft wel eigen zeegrasprojecten, onder meer in de Grevelingen en het Veerse Meer.
Volgens Rijkswaterstaat kan het project met private financiering extra kennis en uitvoeringscapaciteit opleveren. Die kennis kan later worden gebruikt bij het beheer en herstel van zeegrasgebieden.
Financiën onbekend Hoeveel de dierenvoedingsproducent in het herstelprogramma investeert, is niet openbaar. Het bedrag wordt volgens het bedrijf niet bekendgemaakt. De betrokken partijen zeggen wel dat de onderneming het herstelprogramma in de Oosterschelde volledig financiert.
Ook de kosten per herstelde hectare en per overlevende plant zijn niet bekend. Daardoor kan de financiële doelmatigheid van het project op dit moment niet onafhankelijk worden beoordeeld.
Het zeegrasproject is onderdeel van een breder duurzaamheidsbeleid. Een vergelijking tussen de investering in zeegras en de totale milieubelasting van de onderneming wordt daarbij niet gemaakt.
Visgrondstoffen Een reden voor de investering in natuurherstel op zee is de herkomst van een deel van de grondstoffen voor diervoeding. Het bedrijf gebruikt onder meer delen van vissen die overblijven nadat vis voor menselijke consumptie is verwerkt, zoals koppen en organen.
De dierenvoedingsproducent zegt daarom belang te hebben bij gezonde zeeën en voldoende vis op lange termijn. Het ziet het herstel van zeegras als een manier om de natuur in zee te ondersteunen en bij te dragen aan de beschikbaarheid van grondstoffen in de toekomst.
Volgens de onderneming is het zeegrasproject onderdeel van haar bredere plan om te helpen bij het herstel van oceanen. Door samen te werken met wetenschappers en organisaties die het werk uitvoeren, wil het bedrijf ervoor zorgen dat de aanpak op onderzoek is gebaseerd.
Op de vraag of de investering ook verband houdt met de invloed van het bedrijf op het milieu, zegt de onderneming dat het herstelprogramma daar los van staat. Het bedrijf ziet de investering als steun aan natuurherstel en als een manier om op lange termijn bij te dragen aan voldoende grondstoffen.
Resultaat moet blijken De eerste resultaten van het project bij de Grevelingendam geven nog geen duidelijk positief beeld. Het grootste deel van de jonge planten heeft de warme zomer niet overleefd. Onderzoekers moeten nog vaststellen of de overgebleven planten zich kunnen herstellen en of sommige planten voor hun dood zaden hebben gevormd.
Ook de gevolgen voor de biodiversiteit en de hoeveelheid opgeslagen koolstof zijn nog niet vastgesteld. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat natuurlijke zeegrasvelden belangrijke functies voor ecosystemen kunnen hebben. Dat betekent echter niet dat een aangeplant veld zich automatisch ontwikkelt tot een volwaardig natuurlijk zeegrasgebied.
De komende jaren moet daarom blijken hoeveel zeegras overleeft en of het herstel leidt tot meer soorten en een stabieler ecosysteem. Pas daarna kan worden beoordeeld welke bijdrage het project daadwerkelijk levert aan natuurherstel in de Oosterschelde.