Ze zijn al gesignaleerd in onder meer Nieuwe-Tonge, Den Bommel en Oude-Tonge. Het gaat om de Amerikaanse rivierkreeft, die ook op Goeree-Overflakkee in opmars is. De exoten komen van nature niet in Nederland voor, maar kunnen hier goed gedijen en zijn schadelijk voor het watersysteem.
In 2026 zijn er tot 2 september dertien officiële meldingen binnengekomen op de website Waarneming.nl, waaronder drie bij het Groote Gat bij Ooltgensplaat. In dezelfde periode in 2025 ging het om vier registraties. Ook buiten de officiële meldingen om valt de aanwezigheid van de rivierkreeft op. Op sociale media reageren inwoners dat zij de dieren in hun eigen straat of omgeving hebben gezien en er worden ervaringen per email gedeeld. Zo schrijft een inwoner uit Nieuwe-Tonge: "Zondag zag ik een vreemd soort krab lopen midden op de weg. Hij liep naar de tuin via de oprit. Later liep er nog één! Een ekster pikte ernaar en zodoende kwam hij op zijn rug te liggen. Ik dacht dat hij dood was. Ik heb hem op een blik gelegd en even later had de ekster hem meegenomen."
Dat de kreeften niet allemaal worden gemeld, is volgens onderzoekers van Wageningen University & Research niet vreemd. Meldingsplatforms zijn sterk afhankelijk van de zogenoemde ‘waarnemersinspanning’: op plekken waar weinig mensen komen, lijkt de kreeft afwezig, terwijl een sloot er vol mee kan zitten. Daarnaast leven de meeste rivierkreeften op de bodem van het water en zijn ze daar moeilijk zichtbaar. De officiële meldingen geven daardoor waarschijnlijk een veel te laag beeld van het werkelijke aantal.
Ook waterschap Hollandse Delta geeft aan dat er steeds meer Amerikaanse rivierkreeften in het gebied leven. In maart 2026 liet het waterschap desgevraagd nog weten dat het probleem “minder groot was dan bij andere waterschappen”. Een halfjaar later is er meer aandacht voor de exoten. “De rivierkreeft kan zich enorm voortplanten en heeft geen natuurlijke vijanden”, zegt een woordvoerder van het waterschap.
Rivierkreeft richt schade aan
In dit gebied komen momenteel drie soorten voor: de rode, gestreepte en gevlekte Amerikaanse rivierkreeft. Ze kunnen schade veroorzaken aan slootkanten en dijken. Sommige soorten graven holletjes en tunnels in de waterbodem en oevers, of zelfs een stukje in een dijk. Hierdoor kunnen oevers en dijken afbrokkelen of verzakken.
Ook eten ze water- en oeverplanten en woelen ze de bodem om. Hierdoor wordt het water troebel en bereikt minder zonlicht de bodem. Daardoor kunnen waterplanten verdwijnen en krijgen algen meer kans. De plaatselijke inheemse biodiversiteit neemt af en de waterkwaliteit kan verslechteren.
Bestrijden blijkt lastig
Volgens het waterschap ligt de verantwoordelijkheid voor het bestrijden en beheersen van de rivierkreeft bij het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). “Een effectieve bestrijding vraagt vooral landelijke regie, wettelijke bevoegdheid én structurele financiering. Waterschappen hebben geen wettelijke bestrijdingstaak voor de rivierkreeft, maar hebben wel te maken met de negatieve effecten”, aldus het waterschap.
De rivierkreeft wordt op Goeree-Overflakkee momenteel dan ook niet actief bestreden. “Er is op dit moment geen effectieve en betaalbare bestrijdingsmethode beschikbaar. Het wegvangen van rivierkreeften lijkt een logische oplossing, maar is in de praktijk lastig: het is arbeidsintensief en kostbaar en het effect is vaak tijdelijk, omdat populaties zich snel kunnen herstellen. Daarom is afvangen alleen onvoldoende om het probleem op te lossen.”
Ook dieren zoals reigers, futen en snoekbaarzen eten de kreeften, maar dat is nog niet genoeg om de aantallen terug te dringen.
Alleen waterbeheerders, beroepsvissers en ecologische adviesbureaus die met toegestane vangtuigen werken en zich aan bepaalde afspraken houden, mogen de kreeften vangen. Sportvissers mogen uitsluitend met een hengel op rivierkreeften vissen. Het gebruik van fuiken of korven is niet toegestaan.
Het verplaatsen en elders uitzetten van gevangen rivierkreeften is streng verboden, omdat ze honderden eitjes per keer kunnen leggen. Het verplaatsen van één kreeft kan daardoor al bijdragen aan het ontstaan van een nieuwe populatie.
Onderzoek op zestig punten
Dit jaar wordt onderzoek gedaan in de grotere sloten en meren binnen het beheergebied van Hollandse Delta. Op zestig punten worden metingen uitgevoerd en wordt met speciale vangmiddelen onderzocht of er rivierkreeften aanwezig zijn. Welke locaties dat zijn, is nog niet bekend. Ook moet in kaart worden gebracht welke soorten waar voorkomen en hoe de aantallen per regio en in omliggende waterschappen verschillen.
Daarnaast wordt gewerkt aan een uitgebreider monitoringsplan voor de lange termijn. Daarmee wordt het mogelijk om ontwikkelingen in de tijd te volgen en gerichter te bepalen waar en hoe maatregelen nodig zijn. Dit plan moet naar verwachting van het waterschap eind 2026 klaar zijn.