Vijf dagen per week is de jonge Eritreeër nu in de jachthaven in Stad aan ’t Haringvliet te vinden. Hij maait het gras, veegt de steigers schoon en vult toiletpapier en zeep aan in het toiletgebouw. Om half elf onderbreekt hij het werk voor koffie en schuift dan aan bij Angelique en Alexander Bakker, de eigenaren van jachthaven Atlantica.
Van opvangboot naar jachthaven: Ali werkt in Stad aan ’t Haringvliet
Hij wilde iets te doen hebben, want de dagen op een asielboot zijn saai. Wachten op een verblijfsvergunning duurt lang en zorgt voor veel negatieve gedachten, zegt Ali. Maar sinds vier maanden ziet het leven van de 22-jarige asielzoeker er heel anders uit. Hij werkt bij een jachthaven. “Het maakt mijn hoofd vrij.”
Bij dit artikel hoort een video
De video komt van YouTube. Om die af te spelen moet je browser contact maken met Google, en daar heb je geen toestemming voor gegeven. Geef je die alsnog, dan staat de speler hier meteen.
Ali hoort er helemaal bij. Hij is opgenomen door de familie en de watersporters. “Toen ik jarig was, kreeg ik zelfs taart en cadeautjes”, vertelt hij lachend. Zijn baan zorgt niet alleen voor afleiding en een eigen inkomen. Het geeft hem ook structuur, hij ontmoet mensen en leert Nederlands. Ook piekert hij nu veel minder over zijn vlucht, zijn familie in Eritrea en zijn toekomst.
Bang voor oorlog
Ali woont sinds maart vorig jaar op de opvangboot in Middelharnis. Hij kwam alleen naar Nederland en liet familie en vrienden in Eritrea achter. “Ik mis ze ontzettend”, zegt hij bijna fluisterend. “Maar ik wilde niet gedwongen worden het leger in te gaan. Ik ben bang voor de oorlog en vreesde voor mijn leven. Hier is het vrede, dat is belangrijk.”
Om de tijd te doden hielp hij eerst mee in de keuken van de noodopvang. Ook volgde hij taallessen. Een arbeidsbemiddelaar van de gemeente Goeree-Overflakkee bracht hem in contact met de familie Bakker van de jachthaven. Zij geven al jaren mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een kans.
Zo maken de medewerkers van ontwikkelbedrijf GO Werkt het kantoor en het toiletgebouw schoon. En in het verleden hielpen mensen met een verstandelijke beperking mee bij het onderhoud van het groen op de jachthaven. “Een asielzoeker was voor ons een sprong in het diepe”, zegt Angelique Bakker. “Maar we zochten personeel en werden goed begeleid. Inmiddels zou ik het iedereen aanraden.”
Bij de eerste kennismaking ging het gesprek vooral over taal, werktijden en taken. Angelique durfde toen nog niet naar Ali’s achtergrond te vragen. De jonge asielzoeker zei dat ze hem alles mocht vragen. “Daar kreeg ik kippenvel van”, zegt ze. “Als je zijn vluchtverhaal hoort, krijg je veel meer begrip. Hij draagt een flinke rugzak mee. Als je kijkt naar de persoon, en niet naar ‘de asielzoeker’, dan ga je vanzelf anders denken.”
Versleten gymschoenen
De eerste werkdag kwam Ali met versleten gymschoenen op zijn werk. Hij had nooit eerder een jachthaven bezocht. “Gelukkig had iemand hier nog een paar werkschoenen liggen”, lacht Angelique. Daar loopt hij nu mee rond.
“In het begin moest ik ook langzaam in het Engels uitleggen wat hij moest doen. Nu praat hij steeds vaker Nederlands. Hij weet precies wat zijn taken zijn en neemt ook zelf initiatief. We zijn heel blij met hem.”
Ali en de familie Bakker zijn succesvol gekoppeld door arbeidsbemiddelaar Mieke van der Herk en Max Kreekel van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Max kent de bewoners goed, Mieke zocht naar werkgevers. Binnenkort draagt zij haar taken helemaal over aan Max.
De COA-begeleider benadrukt het belang van een goede samenwerking. “Het is belangrijk dat je weet wat iemand kan, hoe hij in het leven staat en wat hij nodig heeft. Je moet naast ze staan, niet boven ze.”
Niet iedereen wil werken
Niet alle bewoners willen werken, zegt Max. “Soms heeft iemand tijd nodig om te herstellen van wat er tijdens de vlucht is gebeurd. Maar de meeste jongens willen aan de slag. Werk geeft mensen een doel tijdens het wachten. Ze tellen weer mee, wat de uitkomst van hun asielprocedure ook wordt. Ze willen geld verdienen, voor hun familie zorgen en man kunnen zijn.”
Voor Ali is de toekomst nog niet duidelijk. Hij hoopt op een verblijfsvergunning en wil het liefst op het eiland en in de jachthaven blijven. “Ik wil mezelf ontwikkelen. Door hier te werken leer ik de taal en cultuur. Dat is goed voor mijn integratie en mentale gezondheid.”
Ali noemt Angelique en Alexander zijn Nederlandse familie. “Ze zijn heel aardig. Ze behandelen mij als familie. Dat betekent veel voor mij. Ik wil nooit meer weg.”
Dit is een artikel in samenwerking met mediapartner Rijnmond.
Was dit artikel nuttig?
Lees ook

Mantelzorgcompliment van 150 euro vanaf 15 september aan te vragen
zaterdag 5 september

Hulpgeroep in haven Ouddorp leidt tot grote zoekactie
vrijdag 4 september

Brandweerkazerne Oude-Tonge na renovatie heropend
vrijdag 4 september

Brugklassers komen bleu binnen, maar wennen snel
donderdag 3 september

Rivierkreeft steekt steeds vaker de weg over
donderdag 3 september

Omstander blust brandje op D'n Diek met emmers water
donderdag 3 september

Formateur Goeree-Overflakkee gaat provincie Zuid-Holland besturen
donderdag 3 september
