De eerste ontmoeting tussen ons verliep wat stroef. Vanuit de beschutting van de heg nam hij mij aanvankelijk zeer kritisch op. Mijn nieuwsgierige blik beviel hem blijkbaar niet, want direct nam hij de benen. In het weekeind dat volgde ontmoetten onze blikken elkaar opnieuw. Hij in de heg, ik vanaf het terras. Ditmaal bleef het beest zitten. Om de vriendschap een kans te geven schudde ik wat kattenbrokjes op een schaaltje en plaatste dat in een rustig gedeelte van de tuin. Zijn honger won het van de achterdocht; de brokjes werden met smaak opgegeten en daarna hield meneer het voor gezien.
De volgende morgen zette ik een schaaltje met blikvoer naast mijn tuinstoel. Na korte tijd kwam hij in de 'buikschuifmodus' op het lekkers af. Schijnbaar achteloos aaide ik over zijn rug tijdens het eten. Hij stond het toe. Een blik aan de achterzijde leerde mij dat het een ex-kater betrof. Na nog een paar voedersessies was de vriendschap gesloten. Omdat mijn vrouw en ik van mening zijn dat een kat niet naamloos door het leven kan gaan, besloten we hem het rode vriendje te noemen.





