Zijn het de huizen op de Klinkerlandseweg en het Korteweegje die gebouwd zijn in de tijd van de wet op het kleingrondbezit? Zijn het de woningen onder architectuur gebouwd aan de Lauwerijnstraat of is het alleen de kerk, de pastorie, het oude raadshuis en de kerkring? Voor het buitengebied is het helemaal ingewikkeld. Weitjes van vroeger met typische namen bestaan nog steeds maar hebben andere perceelgrenzen gekregen, eeuwkanten zijn volgestort, kreken gedempt. Veel is niet meer oorspronkelijk. Men heeft panden gesloopt, delen aangebouwd, fout gerenoveerd of laat het al jaren verpauperen.
Afhankelijk van de omstandigheden hebben inwoners naar eigen inzicht aangepast. Er lijkt weinig beleid te zijn ontwikkeld op wat er behouden moet blijven. Er is veel gestuurd op wat niet mag, te weinig ondersteund in wat er wél mag en hoe het verleden met de wensen van de toekomst gecombineerd kunnen worden. Alleen bij goede richtlijnen en handhaving ervan kan het originele karakter van een dorp beschermd worden.
Wat bepaalt de waarde van een erfenis?
Toch zijn al velen bezig met het inventariseren van oude panden, loodsen of vervallen poterhuisjes waaronder Monumentenzorg, Stichting Beschermd Dorpsgezicht, de provincie en diverse regionaal/culturele organisaties. Wat de een mooi vindt, ziet de ander als een rommeltje. Inmiddels heeft ons dorp ook geen consistente lijn meer qua bouw en structuur. De watersnoodramp heeft veel oude en karakteristieke boerderijen en huizen verwoest en in sneltreinvaart zijn destijds rijen huizen gebouwd die de toen heersende woningnood moesten oplossen. Een zwaar gehavend pand wordt nu gebruikt als garage maar heeft ooit een arm gezin met 13 kinderen gehuisvest. Ja, het is geschiedenis maar wat zegt dat over het verleden? En moeten we die garage nu opknappen en tot museum ombouwen zodat we kunnen laten zien hoe men toen onder erbarmelijke omstandigheden leven moest? Aan de andere kant is het geschiedvervalsing als alleen de mooie panden van de prominenten en notabelen van ons dorp in stand worden gehouden. Dat suggereert op z'n minst een andere levenstandaard dan die werkelijkheid was.
Wat te behouden voor de toekomst?
Is digitaal vastleggen van erfgoed en de bijbehorende geschiedenis niet voldoende om aan volgende generaties door te geven. "Zo zag het er vroeger uit, maar we gaan met onze tijd mee en dus is het er fysiek niet meer" zeggen we dan tegen onze kleinkinderen. Geven we dan toe aan de consumptie-maatschappij; voldoet niet meer dus weg ermee? Uiteindelijk wil elke generatie z'n stempel op de omgeving drukken. Uit gebruikersgemak, praktische overwegingen of smaak. Een kleine groep bewoners waardeert het oude en is in de gelegenheid om dit naar behoren te (onder)houden. De grootste groep heeft simpelweg de middelen niet of woont liever in huizen die voldoen aan de moderne maatstaven van comfort. Want een dorp in een vergrijzende gemeenschap moet tenslotte ook vooruit. Voldoende jong bloed aantrekken om te kunnen blijven bestaan. Wonen in een leuk vrijstaand huisje met ruime tuin is niet meer te doen als je hulpbehoevend bent en 24-uurs zorg nodig hebt. En zodra de (groot)ouders vertrekken naar praktische seniorenwoningen in Middelharnis, vertrekt ook een deel van de gezinnen met jonge kinderen.
Kortom, wordt een dorp gecreeërd dat in de zomer vooral populair is bij Randstedelijke deelnemers aan puzzeltochten of liever een dorp dat dorpse rust en weidsheid biedt maar toch voldoet aan de moderne eisen van wonen, leven en werken voor jong en oud?
Dilemma's
Zoveel inwoners, zoveel meningen, zoveel wensen. Er kan nooit met een kleine afvaardiging worden bepaald wat er specifiek voor de toekomst behouden moet blijven en waarom. Daar zijn anderen veel beter in. Er bestaan al lijsten met beeldbepalende panden, kaarten met geselecteerde gebieden, een bestemmingsplan, een landschapsontwikkelingsplan, diverse rapporten en geschiedenisboekjes met mooie verhalen van vroeger en recent erfgoed.
Wat de werkgroep Nieuwe-Tonge in bloei! namens de inwoners belangrijk vindt en tijdens het overleg met de gemeente en andere organisaties ook vooral heeft aangedragen, zijn ook vooral wensen in algemene zin.
Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de volgende speerpunten en aanbevelingen:
1. Dorpsaangezicht en landelijke (agrarische) uitstraling
We willen het dorpse bewaren in het centrum met dorpskern en de nog overgebleven mooie panden en boerderijen. Het landelijke karakter rondom Nieuwe-Tonge en Battenoord moet behouden blijven en wordt gekenmerkt door de weidse uitzichten, polders, dijken en de daarbij horende nog overgebleven traditionele huizen, schuren en loodsen. Waarbij we vinden dat verpaupering en verkrotting geen plek hebben in ons dorp.







