Wat ik in Dubai aantrof stond lijnrecht tegenover de situatie in Amsterdam. Geen fietsers, maar wel warme temperaturen, torenhoge gebouwen, massa's dure wagens en mannen in traditionele dishdasha's. Nu zie je die ‘witte jurken' in Amsterdam ook wel, maar slechts zelden prijkt er in de hoofdstad een dikke Rolex aan de pols van de drager. Dit waren allemaal zaken die ik wel had verwacht, de reisgidsen staan er immers vol mee. Minder voorbereid was ik op het schone aanzien van Dubai. Daarmee doel ik op het ontbreken van straatvuil. Geen kauwgom of uitwerpselen van honden op de stoep, geen achteloos weggegooide sigarettenpeuken, geen plastic flesjes in de plantsoenen, geen graffiti en zeker geen 'side walk pizza' (lees: kots) in de onmiddellijke nabijheid van cafés.
Opvallend was ook het gevoel van veiligheid. Hoe ze het doen, weet ik niet, maar het misdaadcijfer in Dubai is uitzonderlijk laag. De etalage van een juwelier in de 'gold soukh' ligt vol met kostbaarheden, terwijl de deur gewoon wagenwijd open staat. Blijkbaar kan dat. Terug in mijn geboortestad viel direct de lucht van cannabis op, alsmede het gelal van dronken toeristen en het alom aanwezige zwerfvuil. Een ontnuchterend weerzien.





