In de viskist van de mannen troffen agenten 15 diklipkarpers aan, waarvan de helft nog in leven was. De beesten hadden wonden in hun zij. De mannen visten niet met aas maar met dreggen, grote haken, die zich vastboren in het lichaam van de vis. De vis werd dan levend maar gewond in de kist gegooid. Het verboden vistuig werd in beslaggenomen en de vissers kregen een proces verbaal.