Twee leuke jongedames bellen aan en doen zich voor als apotheekmedewerksters. Zonder dat de bewoner op de hoogte gesteld is van de komst van de dames, komen ze zijn medicijnen checken. Een beetje verbaast maar overrompeld laat de bewoner de vrouwen binnen. Eenmaal binnen gelaten maakt één van de dames een praatje met de bewoner. Deze wordt zodanig afgeleid dat hij nauwelijks doorheeft dat de andere vrouw door het hele huis loopt. Tussen neus en lippen door wordt de bewoner gevraagd naar een pinpas. Vervolgens, van het een op andere moment, verlaten de vrouwen de woning en laten de bewoner verbaast achter. Dan begint de bewoner te twijfelen aan de oprechtheid van de apotheekmedewerkers en controleert de aanwezigheid van zijn waardevolle spullen. Zijn portemonnee ligt open op de keukentafel en zijn geld en pinpas zijn verdwenen.
Als het de oplichters inderdaad gelukt is om de pinpas van een bewoner te bemachtigen, bellen zij vaak even later de bewoner op. Ze doen zich voor als bankmedewerkers en zeggen dat de pinpas van de betrokkene gevonden is. Om de pas te blokkeren heeft de bank zogenaamd de pincode van de pas nodig.





