Door de lage waterstand (1 uur na laag water) was het geen optie meer om het zeiljacht veilig van de grond te krijgen. Door de zeegang, stroming en wind ging het jacht dan ook steeds verder de droogte op. Dit werd verder voorkomen door het zeiljacht door middel van een sleepverbinding gedurende een aantal uren vast te houden.
Het jacht had echter al schade aan de kiel opgelopen door het constante rollen en bonken op de grond waardoor water naar binnen kwam. Er werd een waterpomp ingezet. Haast was geboden om het jacht zo spoedig mogelijk naar de haven te krijgen en erger te voorkomen.





