Dit begint al op 10 mei 1940, de allereerste dag van de oorlog. In de middag komen twee vliegtuigen neer op ons eiland. Een Nederlands toestel van het type Fokker C-V, wordt door drie Duitse jachttoestellen gedwongen een landing te maken bij de Proostweg te Sommelsdijk. Beide piloten overleven dit. Het dreigt een vergeten voorval te worden; reden waarom de stichting vergevorderde plannen heeft om de bemanning van de Fokker C-V van 10 mei 1940 in herinnering te houden. Dit onder andere door een paneel. Een bevriende onderzoeker heeft het voorval inmiddels tot in detail uitgezocht, waarbij onder meer de families van de beide vliegers zijn gevonden. Dit verhaal wordt te zijner tijd gepubliceerd.
Een tweede voorval op 10 mei betreft een Brits toestel. Die middag voeren zes Britse vliegtuigen op verzoek van de Nederlandse regering een aanval uit op vliegveld Waalhaven bij Rotterdam. De toestellen zijn afkomstig van het Royal Auxiliary Air Force (RAuxF) No. 600 'City of London' squadron. De piloten worden ook ‘weekendvliegers' genoemd omdat ze vrijwilligers zijn die hun vliegvaardigheden in hun vrije tijd bijhouden. Van de zes Britse vliegtuigen worden er bij de aanval op Waalhaven vier neergeschoten. Een vijfde toestel kan ternauwernood een noodlanding maken op de slikken bij Herkingen. De beide vliegers overleven dit voorval en kunnen enkele dagen later terugkeren naar Engeland. Slechts één toestel keert terug in Engeland. De weekendvliegers betalen een hoge prijs, want zeven vliegers verliezen hun leven die middag.





