Na de aanleg van de Brouwersdam in 1971 werd het Grevelingenmeer afgesloten van de Noordzee. Het zeegras kon zich goed aanpassen aan het brakke water. Nadat er in 1978 een zeesluis kwam in de Brouwersdam en het water ineens erg zout werd, verdween het zeegras helemaal uit het Grevelingenmeer. Inmiddels is het zoutgehalte weer verlaagd en is de conditie van het water heel geschikt voor zeegras. Het zaad dat Rijkswaterstaat gebruikt is afkomstig uit de Duitse Waddenzee.
Verblijf- en schuilplaats
Het zeegras is gezaaid in een ondiep gedeelte voor de Slikken van Flakkee waar geen recreatievaart of visserij is. Het zeegras zorgt voor een verrijking van het leven in het Grevelingenmeer omdat het een verblijf- en schuilplaats is ondermeer voor vissen en vogels.





