Het Grevelingenmeer is het grootste zoutwatermeer van Europa. Het is nu een populair watersport-, recreatie- en natuurgebied. Doordat het nauwelijks meer in verbinding staat met de Noordzee en er geen getij meer is, zijn de waterkwaliteit en de ecologische kwaliteit in de loop der jaren achteruit gegaan. Ook de kweek van schelpdieren heeft ernstig geleden. Deze problemen kunnen grotendeels worden opgelost door zodanige openingen in de Brouwersdam te maken dat er een getijslag van 30 tot 100 cm ontstaat. (Getijslag is het verschil tussen de hoogste en de laagste stand van het water.) Deze doorlaatopeningen bieden goede mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie, zo wijst de studie uit. In de openingen kunnen turbines worden geplaatst die met gebruikmaking van de eb en vloedbeweging energie opwekken. Die turbines kunnen ook worden gebruikt als pomp waarmee in noodsituaties (ten gevolge van de klimaatverandering) grote hoeveelheden rivierwater van de Maas en de Rijn naar de Noordzee kunnen worden afgevoerd.
Omdat het getijslag aan de Nederlandse kust niet groot is, was een getijcentrale tot nog toe niet haalbaar. Een nieuw ontwerp van de Technische Universiteit Delft, dat in juni 2008 is gepresenteerd, maakt gebruik van het feit dat er weliswaar slechts een klein getijverschil is, maar dat het Grevelingenmeer een oppervlakte heeft van maar liefst 117 km2 waardoor bij een halve meter getijslag 60 miljoen m3 water beschikbaar is om de turbines te laten draaien. De turbines in de Brouwersdam zouden langzaam draaiende en verstelbare schoepenbladen krijgen van een nieuw ontwerp. Uit het onderzoek blijkt dat het ook mogelijk is een schutsluis in de Brouwersdam te maken waardoor de recreatievaart vanaf de Noordzee rechtstreeks dit grote meer op kan en niet meer 50 km hoeft om te varen. De verkenning die Rijkswaterstaat vandaag heeft gepubliceerd, vloeit voort uit de ontwikkelingsvisie Zicht op de Grevelingen die in 2006 is opgesteld door een coalitie van de provincies Zuid-Holland en Zeeland, de gemeenten rondom de Grevelingen, Staatsbosbeheer en andere natuur- en recreatieorganisaties. Het nu gepresenteerde onderzoek toont aan dat de visie daadwerkelijk realiseerbaar is.





