De resterende 50.000 ton staalslakken op het terrein van Bedrijvenpark Oostflakkee in Oude-Tonge zijn nog niet afgevoerd. Door strengere landelijke regels zijn er weinig mogelijkheden om het materiaal op te slaan of elders toe te passen. Dat schrijft het college van Goeree-Overflakkee in antwoorden op vragen van de VVD op 27 oktober 2026. Of de eerder gemeten verhoogde concentraties van stoffen volledig zijn verdwenen, is nog niet vastgesteld.
In december 2025 werd ongeveer 10.000 ton staalslakken afgevoerd naar een tijdelijke opslag in Vlissingen. Het plan was om ook de resterende circa 50.000 ton af te voeren zodra daar weer ruimte beschikbaar was. De verwachting was dat dit in de eerste helft van 2026 zou lukken, maar dat gebeurde niet. Volgens de gemeente komt dat vooral door de gewijzigde landelijke regels, waardoor er nog maar weinig mogelijkheden zijn om staalslakken af te voeren of op te slaan.
De eigenaar is verantwoordelijk voor de verdere afvoer. Volgens de gemeente heeft deze meerdere keren aangegeven dat hij de staalslakken wil verwijderen. De huidige opslag voldoet volgens het college aan de geldende regels. De milieudienst DCMR en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houden toezicht op de opslag, het vervoer en de naleving van de milieuregels.
Onderzoek
In april 2026 is onderzoek gedaan naar de bodem, het grondwater en het water in de naastgelegen sloot op het deel waar de eerste 10.000 ton staalslakken heeft gelegen. Uit het onderzoek blijkt dat de kwaliteit van de grond en het grondwater daar iets is verslechterd. Volgens DCMR kan dit niet aantoonbaar worden gekoppeld aan de voormalige opslag van staalslakken. In het gebied komen van nature ook licht verhoogde waarden van bepaalde stoffen voor.
De gemeten waarden zijn volgens DCMR niet hoog genoeg om verder onderzoek of herstelmaatregelen te eisen. Daarom ziet de milieudienst vanuit milieuoogpunt geen belemmering voor de overdracht van dit stuk grond aan de gemeente.
Of de eerder door onderzoeksinstituut Deltares gemeten verhoogde waarden volledig zijn verdwenen, is nog niet bekend. Dat kan volgens het college pas worden vastgesteld als alle staalslakken van het terrein zijn verwijderd. Daarna volgt een nieuw onderzoek naar de bodem. De resultaten daarvan worden gedeeld met de gemeenteraad.
Eerdere maatregelen
De opslag van de staalslakken leidde eerder tot maatregelen van DCMR. In 2019 schreef de milieudienst het bedrijf aan omdat de staalslakken niet voldoende waren afgedekt. Op 4 februari 2020 volgde een last onder dwangsom. Die maatregel werd op 26 oktober 2020 ingetrokken nadat het bedrijf de staalslakken had afgedekt.
Op 10 november 2023 legde DCMR opnieuw een last onder dwangsom op. Bij een controle was vastgesteld dat de staalslakken opnieuw niet volledig waren afgedekt.
In 2023 werd volgens het college gecommuniceerd dat er geen aanwijzingen waren voor vervuiling. Die boodschap was gebaseerd op de informatie die op dat moment beschikbaar was. Het rapport van Deltares, waarin verhoogde concentraties van meerdere stoffen werden gemeld, verscheen later. Ook na het verschijnen van dat rapport bleef de eis gelden dat de staalslakken afgedekt moesten zijn.
Strengere landelijke regels
Sinds juli 2025 geldt in Nederland een tijdelijk verbod op bepaalde toepassingen van staalslakken en andere bouwstoffen die niet de vorm van vaste voorwerpen hebben. Voor andere toepassingen is een vergunning nodig. Daardoor zijn er volgens de gemeente landelijk nog maar weinig mogelijkheden om staalslakken af te zetten of op te slaan.
De gemeente noemt de strengere regels een belangrijke stap om het gebruik van staalslakken beter te kunnen controleren. De gemeente, DCMR, Waterschap Hollandse Delta en de ILT werken volgens het college goed samen. De ILT onderzoekt momenteel de afvoer, het vervoer en de toepassing van de al afgevoerde staalslakken. Ook wordt gekeken naar de bestemming van het materiaal. Die is nog niet bekend.
Gemeente belooft informatie
De VVD vroeg het college ook welke lessen zijn getrokken uit de zaak en hoe inwoners in de toekomst beter worden beschermd tegen mogelijke risico's van vergelijkbare toepassingen. Het college benadrukt dat zorgvuldig toezicht belangrijk is en zegt de ontwikkelingen rond de staalslakken te blijven volgen.
Na de volledige afvoer van het materiaal wordt een nieuw onderzoek naar de bodem uitgevoerd. De resultaten daarvan worden aan het college en de gemeenteraad voorgelegd. De gemeente belooft inwoners en de dorpsraad van Oude-Tonge op hoofdlijnen te informeren zodra er meer duidelijkheid is over de onderzoeksresultaten en eventuele vervolgstappen.
De VVD stelde daarnaast vragen over de mogelijkheid dat zich op het nieuwe bedrijventerrein opnieuw bedrijven vestigen die de omgeving belasten. Volgens het college bepaalt de milieuklasse van een bedrijf niet op zichzelf hoeveel overlast het veroorzaakt. Voor de vestiging worden de activiteiten vooraf beoordeeld op onder meer geluid, geur en veiligheid. Daarbij zijn onder andere de veiligheidsregio, DCMR en gemeentelijke afdelingen betrokken. In de procedure voor de omgevingsvergunning wordt uiteindelijk bepaald of een bedrijf zich mag vestigen.