Op Goeree-Overflakkee is er in drie verschillende tellingen in 35 verschillende telsectoren geteld. Eén van de WBE-leden die dit jaar heeft meegeteld, is Gijs Pronk. Hij doet dit al zo’n tien jaar en moet al vroeg op pad. “We krijgen van tevoren een gebied toegewezen en ’s ochtends tussen half zeven en acht uur gaan we bij zonsopgang tellen. ’s Avonds tellen we hetzelfde gebied nog een keer om een goed beeld te krijgen”, vertelt hij. Er wordt samen geteld en ook mag iemand niet in zijn eigen jachtveld tellen. Dit alles om de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan. “Ik durf ook wel te zeggen dat niemand zo begaan is met hazen als jagers en we willen ervoor zorgen dat er zo veel mogelijk zijn. Daarom mag je ook geen contract voor een jaar afsluiten voor een jachtgrond, maar voor 6 of 12 jaar. Anders kun je bijvoorbeeld wat vrienden uitnodigen om te gaan jagen en is alles in één keer weg; het komt dan niet meer terug”, legt hij uit hoe de WBE voor de wildstand zorgt.
Goed hazenjaar
Door jaarlijks te tellen vallen bepaalde ontwikkelingen op. “Dit jaar zijn er veel hazen, we hebben er ook veel meer geschoten dan in de jaren ervoor. Het was een mooi voorjaar, dus niet nat en niet extreem koud. De boer kan daardoor eerder het land op waardoor de tarwe eerder op komt. Veel dekking is belangrijk voor een haas, dus dit is een goed hazenjaar.” Ook fazanten zijn goed vertegenwoordigd op Goeree-Overflakkee. “Er zijn weinig plekken zo mooi als hier wat betreft fazanten. We wonen op een eiland, dus hebben minder last van vossen. Fazanten gaan op stok maar omdat we niet veel bossen hebben, slapen ze op de grond. Met vossen is het dan snel gedaan. Op bijvoorbeeld Voorne-Putten is de fazantenstand veel lager. Zo zie je dat Nederland in de natuur kleine stukjes ecosysteem heeft waarin kleine variabelen grote invloed hebben”, legt hij uit. Met konijnen gaat het juist de andere kant op. “Die zie je amper meer in de polder, vooral door de ziekte myxomatose.”





