Gemeente Goeree-Overflakkee wil dat het getij terugkeert in het Grevelingenmeer. Volgens wethouder Henk van Putten is dat noodzakelijk om de waterkwaliteit en de natuur structureel te verbeteren. Tijdens een bijeenkomst met Tweede Kamerleden op maandag 2 november 2026 riep hij het Rijk op vast te houden aan de plannen en werk te maken van de uitvoering.
De vaste Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat bracht eerder die dag een werkbezoek aan de Grevelingen. Op de Brouwersdam kregen de Kamerleden, waaronder Pieter Grinwis (ChristenUnie) en Caroline van der Plas (BBB), door Waterschap Hollandse Delta uitleg over het gebied. Aansluitend vond in Zierikzee een rondetafelgesprek plaats met vertegenwoordigers van overheden, natuurorganisaties, landbouw, visserij en recreatie.

Getij nodig voor waterkwaliteit
Sinds de aanleg van de Brouwersdam in 1971 is de natuurlijke verbinding tussen de Grevelingen en de Noordzee grotendeels verdwenen. Het meer bleef zout, maar de getijdenwerking nam sterk af. Vooral in de diepere delen is daardoor sprake van zuurstofgebrek, met gevolgen voor de onderwaternatuur.
Een van de plannen om de waterkwaliteit te verbeteren, is het terugbrengen van getij. Daarvoor moet een extra doorlaatmiddel in de Brouwersdam komen. Het plan Getij Grevelingen gaat uit van een getijverschil van ongeveer 40 centimeter.
Volgens Van Putten is herstel van het getij na jarenlang onderzoek noodzakelijk om de natuur boven en onder water te verbeteren. Hij wees erop dat het Grevelingenmeer niet alleen belangrijk is voor de natuur, maar ook voor recreatie, watersport, visserij en landbouw. „Red onze Grevelingen”, was zijn oproep aan het Rijk.
Kosten
De kosten van het project zijn een belangrijk struikelblok. Uit aanvullend onderzoek van Rijkswaterstaat uit 2025 blijkt dat de realisatie naar schatting € 550 miljoen kost. Dat is exclusief beheer en onderhoud. De financiering is nog niet rond. Het Rijk haalde eerder de gereserveerde € 172 miljoen uit het Deltafonds.
Minister Vincent Karremans van Infrastructuur en Waterstaat liet op 28 oktober 2026 aan de Tweede Kamer weten dat hij zich wil inzetten om dat bedrag alsnog beschikbaar te stellen. Daarvoor vraagt hij het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur om ongeveer € 350 miljoen bij te dragen. Regiopartners hebben volgens de minister € 25 miljoen toegezegd.
Door de bezuiniging is het plan Getij Grevelingen voor onbepaalde tijd in de ijskast gezet. Er bestaat nu een reeële kans dat het plan niet meer doorgaat.
Onderzoek
Onderzoeksinstituut Deltares heeft onderzoek gedaan naar de verschillende scenario's. Uit berekeningen blijkt dat herstel van het getij het zuurstofgebrek in de diepe delen kan aanpakken. Het herstel van de bodem en het onderwaterleven kan daarna nog tientallen jaren duren. Naast herstel van het getij werd onderzocht of het Grevelingenmeer kan veranderen in een zoetwaterreservoir. Verzoeting is volgens Deltares technisch mogelijk, maar vraagt om voldoende aanvoer van zoetwater uit de Rijn en de Maas. Omdat dit water ook nodig is voor andere gebieden en doelen, moet het Rijk bepalen hoe het beschikbare water wordt verdeeld. Deltares benadrukt dat de keuze voor het Grevelingenmeer bovendien moet passen binnen de toekomstplannen voor de hele Zuidwestelijke Delta, waarbij ook rekening wordt gehouden met de stijgende zeespiegel.
Zoet of zout Grevelingen
De provincie Zeeland geeft zelf de voorkeur aan herstel van het getij. De gemeente Schouwen-Duiveland vindt dat het Rijk snel moet beginnen met herstel van het getij via een nieuwe opening in de Brouwersdam. Ook Goeree-Overflakkee steunt het herstel van het zoute watersysteem. Zij vraagt het Rijk om snel duidelijkheid te geven over de financiering en de vervolgstappen. Volgens de gemeente Goeree-Overflakkee hebben nieuwe onderzoeken in het verleden tot veel vertraging en hogere kosten geleid.
Andere organisaties, waaronder Staatsbosbeheer, de Zeeuwse Milieufederatie (ZMF) en HISWA-RECRON, pleiten voor behoud van het zoute karakter. De recreatiesector vreest dat verzoeting kan leiden tot meer blauwalg en schade aan het imago van het gebied. De ZMF en Staatsbosbeheer pleiten voor behoud van het zoute meer. Zij stellen dat het ontbreken van stroming de belangrijkste oorzaak is van het zuurstofgebrek in de diepe delen. Verzoeting zou volgens hen leiden tot verlies van bijzondere zoutwaternatuur. Staatsbosbeheer wijst daarnaast op het internationale belang van het gebied voor watervogels. Ook de beroepsvisserij wil het zoute karakter van het meer behouden.
Rijkswaterstaat plaatste tijdens het rondetafelgesprek eveneens kanttekeningen bij een zoet Grevelingenmeer. Volgens Harold van Waveren gaat het niet alleen om de hoeveelheid water, maar ook om de kwaliteit. Het chloridegehalte en het risico op blauwalgen bepalen mede of het water geschikt is voor bijvoorbeeld de landbouw. Om de waterkwaliteit op peil te houden, zou volgens hem minimaal 25 kubieke meter water per seconde nodig zijn. Ook waarschuwde hij dat zout water, door bijvoorbeeld wind, niet vanzelf onderin een meer blijft liggen.
De landbouworganisatie ZLTO ziet kansen voor een zoet meer als buffer voor de landbouw en de bredere regio. De gemeente Goeree-Overflakkee vraagt daarom ook aandacht voor de zoetwatervoorziening in andere delen van de Zuidwestelijke Delta. Zoetwater is schaars en de gevolgen voor die gebieden moeten volgens de gemeente worden meegewogen.
De bijeenkomst was bedoeld om de Tweede Kamercommissie inzicht te geven in de verschillende belangen en mogelijke gevolgen van toekomstige keuzes. Er zijn geen besluiten genomen.