Het examen begon met een korte warming-up, waarna de kandidaten verschillende onderdelen afwerkten. Voor het rodebandexamen moesten onder meer stoot-, trap- en valbreektechnieken worden gedemonstreerd. Deze onderdelen waren deels al eerder beoordeeld, net als de zelfverdedigingstechnieken die horen bij de witte en groene band. Het laatste deel van het examen bestond uit de technieken van de blauwe band. Vanwege het grote aantal technieken is ervoor gekozen het examen in delen af te nemen.
De zelfverdedigingstechnieken varieerden van het loskomen uit grepen tot het toepassen van klemmen op gewrichten zoals pols, elleboog en schouder, gevolgd door het gecontroleerd naar de grond brengen van de tegenstander. Het getoonde niveau werd door de organisatie als hoog beoordeeld. Het afkloppen op de mat, een teken dat een techniek correct en gecontroleerd werd uitgevoerd, was daarbij regelmatig te horen.





