Volgens de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond werden op drie verschillende locaties in het duingebied brandhaarden ontdekt. Door de ligging van de brand was het gebied moeilijk bereikbaar. Daarom maakte de brandweer gebruik van speciale duinvoertuigen die over zand en onverhard terrein kunnen rijden.
Ook het droneteam van de brandweer werd ingezet. Met warmtebeeldcamera’s werd de brand vanuit de lucht in de gaten gehouden, zodat de hulpdiensten de verspreiding van het vuur goed konden volgen. Omdat de brandweervoertuigen de brandhaarden niet konden bereiken, werd het vuur bestreden met behulp van waterzakken.





