Naar hoofdinhoud
Omroep Archipel
Nieuws

Overleden Kamerlid Coos Huijsen (87) groeide op in Oude-Tonge

De oud-politicus was het eerste openlijk homoseksuele Kamerlid en zette zich in voor homo-emancipatie.

NOS
· 4 min lezen
Foto: Facebookpagina Coos Huijsen

Oud-politicus Coos Huijsen is op 19 oktober 2026 op 87-jarige leeftijd overleden, meldt zijn familie in een persbericht. Huijsen was naar eigen zeggen en volgens zijn familie de eerste openlijk homoseksuele parlementariër ter wereld. Hij groeide op in Oude-Tonge, op Goeree-Overflakkee.

Huijsen overleed thuis na een kort ziekbed, in het bijzijn van zijn echtgenoot Lank Bos.

Jeugd op Goeree-Overflakkee
In zijn autobiografie beschreef Huijsen de sfeer op het eiland als conservatief. De dorpsgemeenschap was hecht, maar voelde voor hem ook beklemmend. Zijn moeder was gescheiden van zijn vader, die buitenechtelijke relaties had. Zij werd daarop met argwaan bekeken. Na de scheiding trok ze met haar kinderen in bij haar ouders, de grootouders van Huijsen.

Huijsen beschreef zijn familie als verlicht protestants. Zijn grootmoeder was calvinistisch, maar ook non-conformistisch en bleef geloven in de goedheid van de mens. Zijn grootvader omschreef hij als rustig, redelijk en vrijzinnig. Na de oorlog sympathiseerde die met de sociaaldemocraat Willem Drees. Ook zijn moeder en oom waren geïnteresseerd in filosofie en discussieerden over politieke kwesties.

Tegelijkertijd zag Huijsen hoe groot de sociale verschillen op het eiland waren. Landarbeiders verrichtten zwaar lichamelijk werk, terwijl boeren zich volgens hem verheven konden voelen boven de arbeiders. Ook de zondagsrust werd door de streng protestantse meerderheid strikt nageleefd.

De scheiding van zijn ouders had grote gevolgen voor het gezin. In de naoorlogse samenleving, waarin het traditionele gezin als hoeksteen van de samenleving gold, viel een gescheiden moeder met kinderen buiten de maatschappelijke norm. Door de ernstige woningnood was het voor zijn moeder moeilijk om op het eiland aan woonruimte te komen. Ook werk was moeilijk te vinden. Ze moest daarom op verschillende plekken in Nederland werk zoeken, waardoor Huijsen regelmatig verhuisde. Hij voelde zich door de scheiding vaak een buitenstaander. Als andere jongens over hun vader vertelden, kon hij daar nauwelijks over meepraten. Hij had weinig contact met zijn vader en diens familie. Later kreeg hij wel goed contact met zijn halfzus Marita.

Ook de Tweede Wereldoorlog maakte indruk op Huijsen. Toen Oude-Tonge onder water werd gezet, verhuisde zijn familie naar familie in Melissant. Daar ging hij naar een christelijke basisschool. In zijn autobiografie herinnerde hij zich ook de Joodse familie Cohen. Na een bezoek aan de familie werden hij en zijn moeder vermoedelijk achtervolgd door een lokale NSB'er.

Een blijvend onderdeel van zijn jeugd was het Flakkeese dialect. Huijsen schreef dat de klanken hem later hielpen bij het leren van vreemde talen. Het dialect noemde hij niet mooi of elegant, maar hij vond het woordgebruik beeldend en rijker dan dat van het gestandaardiseerde Algemeen Beschaafd Nederlands (een verouderde term voor Standaard Nederlands). In 1946 verhuisde Huijsen naar Egmond.

Politieke loopbaan
Huijsen werd in 1972 Kamerlid voor de Christelijk-Historische Unie (CHU), een van de partijen die later opgingen in het CDA. Een halfjaar later verliet hij de CHU omdat hij het niet eens was met het besluit om geen steun te geven aan het kabinet-Den Uyl.

In 1976 nam hij als onafhankelijk politicus de vrijgekomen zetel in van CHU-Kamerlid Willem Scholten. Bij die gelegenheid kwam hij openlijk uit voor zijn homoseksualiteit. Bij zijn beëdiging was zijn levenspartner Bos aanwezig, die hij in 1973 had ontmoet. Eerder waren er al geruchten dat hij homoseksueel was, maar die had hij toen ontkend.

Huijsen verliet de Tweede Kamer in 1977. Na de verkiezingen werd hij lid van de PvdA, maar voor die partij zou hij nooit in de Tweede Kamer komen.

Voordat Huijsen parlementariër werd, werkte hij als basisschooldocent en leraar geschiedenis in Delft en Den Haag. Na zijn vertrek uit de Kamer keerde hij terug naar het onderwijs. Hij werd leraar geschiedenis aan het Gerrit van der Veen College in Amsterdam-Zuid, waar hij van 1986 tot en met 1998 ook directeur was.

Auteur en Oranjekenner
Huijsen schreef voor dagbladen en tijdschriften over onder meer het socialisme en de democratie. In de jaren tachtig en negentig publiceerde hij ook verschillende boeken, waaronder Nog is links niet verloren (1982) en Socialisme als opdracht (1986).

Na zijn onderwijscarrière profileerde hij zich als Oranjekenner. In 2012 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam op zijn proefschrift Nederland en het verhaal van Oranje. Daarin en in andere werken onderzocht hij de betekenis van het koningshuis voor de Nederlandse samenleving. Het boek werd genomineerd voor de Libris Geschiedenis Prijs.

Homo-emancipatie
In 2007 was Huijsen medeoprichter van Het Blauwe Fonds, een stichting die zich inzette voor homo-emancipatie. In 2016 verschenen zijn memoires onder de titel Homo politicus. Dit jaar verscheen een nieuwe versie van het boek, getiteld Roze Draad. Strijd, succes en stilstand in vijftig jaar homo-emancipatie.

Dit is een artikel in samenwerking met NOS.

Was dit artikel nuttig?

Lees ook

Meest gelezen vandaag

  1. 1Woning onbewoonbaar na keukenbrand
  2. 2Nieuwbouw De Hoeksteen kost ruim zes miljoen euro, raad kritisch op uitgaven
  3. 3Moeten de groene PMD-zakken verdwijnen? Geef uw mening
  4. 4Regels aangepast na discussie over religieuze en politieke activiteiten
Tip de redactie!

Nieuws per dorp

Op de kaart →