Naar hoofdinhoud
Omroep Archipel
Nieuws

'Het is nog steeds het mooiste wat er is': veteraan spreekt op Veteranendag

Connie Bestman
· 5 min lezen
Foto: Ministerie van Defensie

Zaterdag 10 oktober 2026 wordt de jaarlijkse Veteranendag van Goeree-Overflakkee gehouden in Middelharnis. Luisa Bonanno is daarbij aanwezig om te vertellen over haar uitzendingen naar onder meer Irak en Afghanistan. Hoewel ze na haar uitzendingen met PTSS kampt, heeft ze geen moment spijt van haar keuze voor Defensie. “Het is nog steeds het mooiste wat er is. Als ze zeggen ‘ga weer op missie’, staat mijn tas al klaar.”

Tijdens de Veteranendag in het gemeentehuis kunnen veteranen elkaar ontmoeten en verhalen en ervaringen delen. Bonanno is militair anesthesiemedewerker bij het ministerie van Defensie en spreekt vaker tijdens dit soort bijeenkomsten. Ze is tussen 2002 en 2020 tien keer uitgezonden. “Het gaat tijdens een lezing over wat een uitzending inhoudt en wat de impact ervan is”, vertelt ze. “Je komt altijd anders terug dan je erin gaat, of dat positief of negatief is.” In haar geval heeft dat geleid tot een posttraumatische stressstoornis (PTSS).

De geur van bloed
Volgens Bonanno is het nog steeds een taboe om over mentale klachten te praten en wil ze eraan bijdragen dat dit onderwerp bespreekbaar wordt. “Niet elke veteraan heeft mentale klachten, maar je bent niet alleen erin. Ik merk veel herkenning bij lezingen en er komen ook altijd veel mensen naar me toe, al is het maar voor een knuffel.” Ook krijgt ze regelmatig bedankjes. “Bedankt dat jij woorden gaf aan wat ik niet kan zeggen”, hoort ze dan. “Maar ga maar uitleggen aan het thuisfront hoe het is. Hoe het ruikt, hoe liters bloed ruiken of hoe je je werk moet doen terwijl je onder beschieting ligt. Maar ook dat je het mist.”

Het moeilijkste aan PTSS noemt ze het om voor jezelf te erkennen dat het niet goed met je gaat. “En dan ermee naar buiten gaan. Want ik ben toch stoer en sterk? Het voelt als zwak, maar dat is het niet. En er is heel veel hulp mogelijk.” Ook de angst voor het oordeel van de omgeving kan militairen ervan weerhouden om erover te praten. “Terwijl er altijd juist heel positief wordt gereageerd. Maar als je er niet over praat, dan weet je omgeving het ook niet.”

Toch heeft Bonanno geen spijt van haar keuze voor Defensie. “Ik wilde vroeger al bij het Rode Kruis of Artsen Zonder Grenzen, maar dat bleek lastig. Toen zag ik de televisieserie MASH en dacht ik: ‘Dit is het.’ Dat stukje avontuur en toch soort van veilig.”

“Pijn is fijn”
Op haar achttiende begint ze haar opleiding in het ziekenhuis en vervolgens komt ze bij Defensie terecht. Volgens haar droegen beide organisaties er niet aan bij om open over gevoelens en problemen te praten. “In het ziekenhuis moet je voor de patiënt zorgen. En bij Defensie is het niet zeiken, maar poetsen, bloed is goed en pijn is fijn”, haalt ze enkele kreten aan. “En tijdens een uitzending is het druk en is er geen tijd om na te denken. Het is dan ook een bescherming om door te gaan. Want het gevecht gebeurt buiten, maar wij zien op de tafel wel de uitwerking daarvan. Wij zien maatjes van jongens huilen.”

Maar ze wil vooral niet dat haar verhaal alleen maar zwaar wordt en benadrukt juist de mooie kanten van het werk. “Het is zo mooi dat je je kameraden mag helpen. Ik had een gewonde man op de tafel die door mijn handen nog in leven is en nu vader is van vier jonge meisjes. Maar het is ook echt mooi en bijzonder om de lokale mensen te helpen, zoals in Afghanistan.”

“Mijn wapen is mijn handen”
Naar aanleiding van haar ervaringen schreef ze het boek Verborgen achter maskers. Ze geeft hierin ook een inkijkje in de militaire gezondheidszorg. “Het beeld van de bevolking is toch dat soldaten met een wapen in de hand van alles doen. Mijn wapen is mijn handen en ik probeer daarmee mensen te helpen. Als iemand compleet in de kreukels ligt en je als team op de toppen van je kunnen moet functioneren en diegene kan helpen, dat voelt hartstikke goed.”

Het teamgevoel en de onderlinge kameraadschap zijn onderwerpen die Bonanno regelmatig aanhaalt. “Het is net als wanneer je op kamp gaat. In het begin ken je elkaar niet, maar als je naar huis gaat, heb je een sterke band.” Ze noemt het een “heel klein dorp” waarin de militairen met elkaar leven. Daarin wordt lol gemaakt en zijn er bingoavonden en feestjes, maar is er ook intens verdriet als iemand omkomt.

Voor een overleden militair wordt in het uitzendgebied een ramp ceremony gehouden, waarbij de laatste eer wordt bewezen. Naast de impact van raketinslagen hebben vooral deze ceremonies indruk op Bonanno gemaakt. “Je hoort doedelzakmuziek en ziet daar jongens geknakt lopen. Dat gaat door merg en been.” Dat de meeste aandacht uitgaat naar de militairen die vechten, raakt haar. “Wij worden vergeten, maar het raakt ons ook. We hebben met onze voeten in hun bloed gestaan.”

Toch slaat de balans voor Bonanno nog steeds naar de positieve kant door. Ze vindt voldoening in haar werk en vooral de kameraadschap blijft voor haar bijzonder. “En ook al heb je elkaar dertig jaar niet gezien, als je elkaar tegenkomt, ga je zo weer verder waar je bent gebleven. Die kameraadschap is heel mooi.”

Was dit artikel nuttig?

Lees ook

Meest gelezen vandaag

  1. 1Goeree-Overflakkee kent lange geschiedenis van vuurtorens en lichtopstanden
  2. 2'Sommige mensen zitten voor eeuwig in je hoofd': Basti over haar werk in Calando
  3. 3Bestelauto in vlammen opgegaan op parkeerplaats langs N215
  4. 4Politiek op donderdag: GAAN heeft nieuw bestuur
Tip de redactie!

Nieuws per dorp

Op de kaart →