Ook stonden alle kleppen open zodat het goed kon ventileren tijdens het lassen. Doordat er veel achter elkaar werd gelast en dat de nodige warmte met zich meebracht, ging de coating aan de andere kant van de wand schroeien. Het gevolg was dat er rook uit de ventilatiegaten kwam en een gesmolten plastic lucht. In eerste instantie was het voor de brandweer lastig om er achter te komen wat er precies aan de hand was omdat de tanks zich onder in het schip bevinden en het daar erg donker en nauw is. De temperatuur die de warmtebeeldcamera aangaf kwam niet hoger dan 35 graden Celsius. Dat betekende dat er geen brandhaard aanwezig was en het puur het schroeien van de coating betrof. Na goed ventileren konden de lassers hun werk weer voortzetten, maar wel met de nodige tussenposes.





