Van Oostenbrugge leest zelf graag jeugdthrillers. Ze liet zich inspireren door Nederlandse schrijvers als Mel Wallis de Vries, Cis Meijer en Maren Stoffels. Tijdens een creatieve schrijfopdracht op school ontdekte ze dat ze het leuk vond om zelf verhalen te bedenken. Dat leidde tot het schrijven van haar eerste boek.
Het verhaal volgt vijf vrienden die samen een weekend doorbrengen in een afgelegen huisje in het bos. Wat begint als een ontspannen uitje, verandert wanneer twee van hen tijdens een wandeling verdwijnen. De achterblijvers gaan op zoek, maar vinden geen spoor. De onzekerheid groeit en onderlinge twijfels nemen toe. De vraag wie te vertrouwen is, speelt daarbij een centrale rol.





