Van 3 tot en met 10 oktober 2026 vindt in Nederland de Week van de Palliatieve Zorg plaats. Tijdens deze week is er aandacht voor goede zorg tijdens de laatste levensfase. Voor Basti van Asperen, vrijwilliger in hospice Calando, is juist wat je als laatste voor iemand kunt doen wat het werk zo waardevol maakt.
Ze is al ruim 21 jaar vrijwilliger in Calando en kwam met het hospice in aanraking toen haar vader daar verbleef. “Dat was in 2002. Hij heeft er drie weken gelegen en dan maak je de andere kant mee”, blikt ze terug. “Je bent daar dan als dochter van en nadat hij was overleden, had ik meteen zoiets van: ‘dit wil ik ook’.”
Van die beslissing heeft ze nooit spijt gehad. “De realiteit is hard en veel mensen reageren met ‘oh oh wat een verdriet allemaal’, maar het is zulk mooi werk. Je brengt echt het laatste stukje bij de mensen. Je probeert het zo mooi en fijn mogelijk voor ze te maken. Ik zeg altijd: ‘Je hoopt dat je het niet nodig hebt, maar het is zo fijn dat het er is’.”
De vooroordelen over hoe zwaar het werk psychisch kan zijn, herkent ze wel, maar gelukkig heeft ze er zelf geen hinder van. “Ik heb geen last van het verdriet. Ik woon in Hellevoetsluis en had in het begin een gezin dat nog thuis woonde. Als ik dan naar huis reed, kon ik het goed naast me neer leggen. Thuis ga je met je gezin over naar de orde van de dag en is er bijvoorbeeld iemand voetbalschoenen kwijt. Als je het wel heel erg mee naar huis neemt, stop je waarschijnlijk met het werk.”
“Je kunt ze aandacht geven”
De tientallen vrijwilligers zijn er vooral voor de bewoners. Ze geven aandacht, maken een praatje of gaan bijvoorbeeld een rondje wandelen met de rolstoel. Eén van de dingen die ze niet mogen doen, is medicijnen toedienen. “Nog geen paracetamol.” Zelf had Basti geen zorgachtergrond voordat ze in het hospice begon. “De meesten van ons hebben dat niet”, vertelt ze.
In het nieuwe Calando zijn drie woonkamers met in totaal twaalf kamers. Een vrijwilliger werkt op een woonkamer samen met een verpleegkundige of verzorgende en zorgt voor vier bewoners. In het oude Calando waren dat er vijf. "Er is dus alle tijd om een praatje te maken en er rustig een kwartiertje te blijven zitten. Het mooie van een hospice is dat dat kan. Je kunt ze alle aandacht geven. Sommigen vinden het bijvoorbeeld fijn als we de huid insmeren met bodylotion.”
Door de grotere locatie zijn inmiddels ook veel meer vrijwilligers nodig. Waar Basti vroeger zo’n 25 collega’s had, zijn dat er nu volgens haar wel zestig à zeventig. “Het is gewoon allemaal moderner en groter geworden. Het is een heel bijzonder gebouw en de omgeving is prachtig.” Zo krijgen de naasten van overledenen de kans om een boom te planten op het terrein. Daarbij komt een tegel met de naam erop als herinnering. “Dat wordt veel gedaan, ik zie ook vaak mensen op bankjes zitten of verse bloemen leggen.”
Van anderhalve dag tot drie maanden
De verblijfsduur van patiënten loopt sterk uiteen. Sommige bewoners blijven langer dan drie maanden in Calando. Het andere uiterste waarover ze vertelt, is een verblijf van anderhalve dag waarna iemand al overlijdt. Basti werkt een dagdeel, “maar meestal twee”, per week. Dat is volgens haar te weinig om met iedere bewoner een band op te bouwen. “Maar het is dan weleens schokkend als iemand de volgende week opeens is overleden, terwijl je dacht dat iemand het nog wel even zou volhouden.”
De vrijwilligers wisselen tussen de verschillende woonkamers. “Maar natuurlijk gebeuren er vaak verdrietige dingen als iemand ongeneeslijk ziek is.” Daarbij helpt de nazorg van professionals, maar ook het contact met de andere vrijwilligers. Tegelijkertijd gebeurt het weleens dat mensen door de goede verzorging in het hospice nog wat opknappen en naar een verzorgingshuis kunnen in plaats van er te overlijden.
"Sommige mensen zitten voor eeuwig in je hoofd"
Twee keer per jaar worden in het hospice herdenkingen gehouden voor de overledenen. “Het zijn er ruim zestig per keer, dus wel meer dan honderd mensen per jaar die bij ons overlijden, soms zelfs twee op een dag”, vat Basti de cijfers samen.
Toch zijn het niet alleen de aantallen die haar bijblijven. Iemand die ze nooit is vergeten, is een jonge vrouw van toen vijftig jaar. Zij had dementie en woonde in een verzorgingshuis. Toen ze borstkanker kreeg, besloot haar familie dat ze het beste naar een hospice kon en heeft ze de laatste negen weken van haar leven in Calando gewoond. “Sommige mensen zitten gewoon voor eeuwig in je hoofd. Zo’n jonge vrouw blijft je bij”, vertelt ze.
Naast haar werk als vrijwilliger is Basti ook ambassadeur van Calando. “Samen met een paar anderen staan we dan bijvoorbeeld zo’n tien à twaalf keer per jaar op braderieën. Zo willen we het meer bekendheid geven en mensen voorzien van informatie.” Want hoe bekend Calando ook mag zijn op het eiland, toch komt ze nog vaak genoeg mensen tegen die het niet kennen of vooroordelen hebben.
“Het heeft toch het imago van het laatste eindje. En we krijgen altijd als eerste vraag of het christelijk is, dat is het niet. Calando is een algemene instelling waar iedereen welkom is.”
Voor wie erover denkt om vrijwilligerswerk te doen in Calando heeft ze het advies om een afspraak te maken en te kijken hoe het echt is. “Ik kan het wel mooi vertellen, maar je moet het zelf ervaren en dan kun je er pas achter komen of het wat is voor je.”
Zelf gaat ze er in ieder geval nog mee door. “Ik ben natuurlijk niet zonder gevoel, maar ik heb in al die jaren nooit willen stoppen en ben dat nu ook nog helemaal niet van plan.”